Willem van der Leegte spreekt op eerste Benelux Defence Industry Day
Willem van der Leegte heeft woensdag 24 juni een key note-speech gegeven bij de aftrap van de eerste Benelux Defence Industry Day op het hoofdkantoor van NAVO in Brussel.
Hieronder de integrale versie van de toespraak.
Goedemorgen allemaal, geachte aanwezigen,
Het is een voorrecht om hier vandaag te mogen zijn en kort mijn perspectief met u te delen.
We leven in turbulente geopolitieke tijden. De ene crisis volgt de andere op en onzekerheid neemt toe. Terwijl de samenleving en het bedrijfsleven streven naar stabiliteit en voorspelbaarheid, roepen Europese regeringen op tot meer veerkracht.
Wir schaffen das.
De ambitie is juist. Wat ontbreekt, is een goed gecoördineerde uitvoeringsstrategie. Zonder blijft de uitkomst van die ambitie onzeker.
Leiders van grote mogendheden buiten Europa besturen hun landen in toenemende mate met een zakelijke mentaliteit. Wat we vandaag zien, is dat deze aanpak het mondiale concurrentievermogen fundamenteel versterkt en veranderd. Europa komt over het algemeen pas langzaam uit zijn staat van ontkenning.
Concurrentievermogen zal de grootste mondiale uitdaging van de komende decennia zijn. En het zou daarom onze eerste prioriteit in Europa moeten zijn.
De Verenigde Staten herpositioneren zich ten opzichte van Europa. Dit voelt misschien aan als een verschuiving in vriendschap – maar in wezen gaat het om economische belangen. Recente ontwikkelingen hebben dit heel duidelijk gemaakt: defensie als middel voor economische welvaart is bijna tot een kunstvorm verheven.
Onze relatie met de Verenigde Staten kan nog steeds worden omschreven als een bondgenoot – maar in toenemende mate zien we elkaar ook als concurrenten. Europa blijft op verschillende cruciale gebieden afhankelijk van de VS, met name op het gebied van veiligheid, defensie en hightechdiensten, zoals digitale infrastructuur, kunstmatige intelligentie en cloud computing.
Anderzijds vormt China een ander soort paradox. Het is zowel een belangrijke handelspartner als een systeemrivaal. Europese consumenten worden steeds afhankelijker van deze ‘fabriek van de wereld’. Bovendien importeert Europa momenteel tot wel 98% van zijn kritieke grondstoffen en essentiële componenten gebruikt voor innovatie – zoals toekomstige energieoplossingen – uit China.
Gezien deze afhankelijkheid van zowel VS als China is er één weg voorwaarts:
Structurele en gecoördineerde Europese samenwerking.
Samenwerking op het gebied van buitenlands beleid, defensiebeleid, energiebeleid en industrieel beleid, beter gezegd: innovatiebeleid.
Laat ik hieraan toevoegen dat ik uit principe voorstander ben van open markten en een gelijk speelveld. Nu de VS systematisch invoerheffingen verhoogt en China onze markt blijft overspoelen met goedkope goederen, moeten we bereid zijn tegenmaatregelen te nemen.
Zonder die maatregelen zou een zogenoemde ‘China shock 2.0’ diepe en blijvende littekens kunnen achterlaten. Als we zelf stoppen met produceren, verliezen we kennis en zal kapitaal uiteindelijk volgen. De gevolgen zijn in de industrie al voelbaar. We hebben simpelweg geen tijd te verliezen.
De kosten voor bedrijven in de Benelux stijgen tot extreme hoogten. Met arbeidskosten en energiekosten die tot de hoogste ter wereld behoren – in combinatie met steeds complexere en kostbare regelgeving – staat onze concurrentiepositie onder toenemende druk.
Veel van deze uitdagingen komen neer op een eenvoudig principe: wanneer het aanbod afneemt ten opzichte van de vraag, stijgen de prijzen.
De gemeenschappelijke deler is schaarste. In de loop van afgelopen decennia hebben we, in plaats van deze problemen aan te pakken, toegestaan dat ze zich opstapelden: energie, huisvesting, emissierechten, water, industrieterreinen, talent, etc.
Dit zijn lang bestaande uitdagingen. Voorspeld, maar onvoldoende aangepakt.
Uiteindelijk zou je kunnen zeggen dat onze grootste schaarste wel eens een gebrek aan daadkracht zou kunnen zijn.
En onze regeringen kunnen dit niet in hun eentje oplossen.
Daarom is sterke samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven essentieel.
De grootste kracht van Europa ligt in onze waarden: onze mensenrechten en onze democratie. Het ontbreekt ons echter aan de strategische macht om deze waarden adequaat te verdedigen. Dit maakt ons kwetsbaar. We hebben ook geleerd dat diplomatie zonder kracht niet effectief is. Europa wordt een papieren tijger – eentje zelf zonder tanden.
Ook al leiden deze belangrijke waarden niet altijd tot snelle besluitvorming of onmiddellijk concurrentievoordeel, ze zijn fundamenteel en moeten te allen tijde worden beschermd.
Objectief gezien is Europa een wereldmacht: de EU heeft de op één na grootste bevolking en de op één na grootste economie ter wereld, in combinatie met een relatief lage schuldenlast.
Toch hebben we het geopolitiek gezien moeilijk. Dit komt grotendeels doordat we ons op defensief gebied nog steeds zwak voelen én gedragen, ondanks het feit dat we het op één na grootste defensiebudget ter wereld hebben. Het echte probleem is daarom niet de omvang, maar de versnippering en het gebrek aan coördinatie.
Onze uitgaven zijn te versnipperd en worden gedreven door nationale belangen. De Verenigde Staten ontwikkelen één hoofdplatform voor gevechtstanks; Europa hanteert er meer dan tien. En hoewel we vooruitgang boeken op het gebied van samenwerking, zijn grote initiatieven – zoals het FCAS-gevechtsvliegtuigproject tussen Duitsland, Frankrijk en Spanje – mislukt vanwege onoverkoombare verschillen. Het meest waarschijnlijke resultaat is een grotere afhankelijkheid van de VS in plaats van minder.
De EU stevent af op 800 miljard euro extra per jaar aan defensie-uitgaven. Ongeveer 30% daarvan zal worden besteed aan materieel. Ongeveer 80% van dat materieel wordt buiten Europa ingekocht, waarvan weer 80% uit de VS komt.
In de praktijk betekent dit dat er jaarlijks meer dan 150 miljard euro naar de Amerikaanse economie vloeit. Dat staat gelijk aan enkele miljoenen banen.
Dit alleen is reden genoeg om met spoed onze eigen Europese defensie-industriële basis op te bouwen. De afgelopen decennia hebben we in feite te veel van ons ‘vredesdividend’ opgebruikt zonder voldoende te herinvesteren in strategische capaciteiten.
De voormalige Nederlandse minister van Defensie omschreef VDL Groep in 2025 als ‘het vlaggenschip van hernieuwde samenwerking tussen defensie en industrie’.
En inderdaad – onze industrieën kunnen zich aanpassen. Transformatie is mogelijk. Dat hebben we zelf bewezen: door over te stappen van de productie van bussen naar industriële woonmodules, en van autoproductie naar bijvoorbeeld producten voor defensie.
Als we het over ‘dual-use’ hebben, denken we vaak in termen van producten: civiele versus militaire toepassingen. De echte kracht ligt in dual-use van capaciteiten. Het vermogen om productie snel te verschuiven – van civiel naar defensie en weer terug – over verschillende sectoren heen, is wat echte veerkracht creëert. Vandaag produceren we auto’s; morgen kunnen we bijvoorbeeld drones produceren.
Innovatie is natuurlijk een essentieel onderdeel van de oplossing. Voorop blijven lopen door vernieuwing en vooruitgang is dé manier om relevant te blijven en een gelijk speelveld te creëren ten opzichte van de rest van de wereld.
Investeren in innovatie betekent investeren in veerkracht.
Overheden moeten dringend investeren in infrastructuur, talentontwikkeling en ecosystemen voor ondernemers. Er is politieke moed nodig om moeilijke maar noodzakelijke beslissingen te nemen.
Innovatie en ondernemerschap gaan hand in hand met het nemen van initiatief én risico’s. Het vereist creativiteit, probleemoplossend vermogen, doorzettingsvermogen en visie. Het gaat om het creëren van waarde en het nemen van verantwoordelijkheid. En bovenal gaat het om kracht door samenwerking. Alleen samen zijn we in staat om te slagen.
Dat brengt me terug bij de kernboodschap:
Gecoördineerde Europese samenwerking is essentieel.
Wie verkeert in een betere positie om deze samenwerking – met name op het gebied van defensie te versnellen? Juist, de Benelux.
Het begint dus bij ons.
De geschiedenis heeft dit keer op keer aangetoond.
Ondanks de relatief kleine omvang in populatie hebben België, Nederland en Luxemburg een onevenredig grote invloed op Europa gehad.
Wij waren pioniers op het gebied van de douane-unie. Het vrije verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten – wat later de basis van de EU zou vormen.
Het Benelux-Verdrag van 1958 was het proefterrein voor Schengen en de interne markt. Omdat het hier werkte, durfde Europa het op grotere schaal toe te passen.
De geschiedenis leert dat verdere Europese integratie vaak begint bij de Benelux. Wanneer Frankrijk en Duitsland aarzelen, vormen de Benelux-landen – samen met de Scandinavische landen – vaak een ‘coalition of the willing, een coalition of the doing’.
Nu is het juiste moment om opnieuw het voortouw te nemen.
We hebben behoefte aan sterkere afstemming en samenwerking op het gebied van buitenlands beleid, energie, industrie, innovatie en defensie. Met duidelijke afspraken en duidelijke coördinatie.
De eerste stappen worden gezet, maar ik roep ons allen hier aanwezig – en de beleidsmakers in onze thuislanden – op om een geïntegreerde Benelux-defensiestrategie te ontwikkelen.
Een concreet plan dat antwoord geeft op kernvragen: wie koopt wat, wie produceert wat, hoe passen we de stukjes in elkaar?
De realiteit van vandaag vraagt om urgentie en snelheid. Juridische complexiteit mag geen vertraging opleveren wanneer onze veiligheid en vrijheid op het spel staan.
In een tijd waarin geopolitieke concurrenten defensie steeds vaker als economisch instrument inzetten, moeten wij onze welvaart, ons welzijn en ons toekomstig verdienvermogen beschermen.
In de Benelux zijn we pragmatisch en resultaatgericht. Doorgaans vermijden we grootse morele verklaringen zonder daadwerkelijke uitvoering.
Wij geven er de voorkeur aan om te bewijzen in plaats van te beloven.
Dit is een oproep tot daadwerkelijke actie, omdat visie zonder uitvoering ook wel bekendstaat als: hallucinatie.
Ik wens u een inspirerende dag toe.
Dank u wel voor de aandacht.